Veiligheid

Om prettig te wonen is het belangrijk dat u zich veilig voelt in uw woning en in het gebouw. Als woningcorporatie kan WoonCompas daarvoor de nodige maatregelen treffen. Veel hangt echter af van wat u zelf doet. Wij geven u daarvoor diverse tips.

Samen veilig wonen

Gebruik de huistelefoon om te horen wie er bij u aanbelt en laat onbekenden niet zomaar het gebouw in komen. Personen die kwaad willen, gebruiken vaak een overrompelende methode om bij u binnen te komen. Een medewerker van een officiële instantie zal zich altijd willen legitimeren met een identiteitsbewijs. Vraag onbekenden die met u mee willen lopen het gebouw in, om aan te bellen bij degene bij wie ze moeten zijn.

Nachtslot

Doe de deur van uw woning altijd op het nachtslot. Als het slot van uw voordeur geen draaiknop heeft, maar afgesloten wordt met een sleutel, haal die sleutel er dan uit. Dit is veiliger tegen inbraak en in geval van medische nood kunnen mensen die uw sleutel hebben dan de woning in.

Een extra slot op uw deur kan een veilig gevoel geven. Maar wanneer u gebruik maakt van persoonsalarmering kan de hulpverlener de extra geplaatste sloten niet openen. Voor extra hang- en sluitwerk op de woningtoegangsdeur heeft u toestemming nodig van WoonCompas.

Beveilig bovenlichten die u ’s nachts open wilt hebben met een inbraakbeveiligende stang.

Sleutel kwijt?

Als u uw woning niet meer binnen kan door bijvoorbeeld het vergeten of verliezen van uw sleutels, kunt u WoonCompas bellen voor hulp. Een gespecialiseerd bedrijf komt dan langs om het slot open te boren en een nieuwe cilinder te plaatsen. Het vervangen van de cilinder is ook nodig als uw sleutel is gestolen samen met adresgegevens, waarmee de dief uw woning kan traceren.

De kosten voor een nieuw slot zijn voor uw eigen rekening. De kosten hiervoor kunnen behoorlijk oplopen. Het is dus handig om een sleutel in bewaring te geven bij vertrouwde mensen bij u in de buurt. U kunt uw sleutel altijd bij uw huismeester in bewaring geven, zodat hij u indien nodig kan helpen. Bedenkt u wel dat de huismeester ’s avonds en in het weekend niet aanwezig is, het is dus verstandig om de sleutel bij een vertrouwd persoon in bewaring te geven.

Legionellapreventie

Legionellabesmetting kan de zogeheten veteranenziekte veroorzaken. Legionellabacteriën kunnen zich vormen in een voorraadvat voor warm water (bijvoorbeeld een boiler) als deze op een te lage temperatuur afgesteld staat. Daarom moet de temperatuur minimaal 60 graden Celsius zijn. Bij onderhoudsbeurten wordt altijd gecontroleerd of de afstelling hoog genoeg is.

Als u langer dan een week weg bent, kan de bacterie zich ook vormen in het stilstaande water in de leidingen. Om het ontstaan van legionella te voorkomen, is het dus gewenst dat u degene die voor uw post en planten zorgt, vraagt om eens per week alle kranen goed door te spoelen. Dat is zeker van belang bij langdurige vakanties of ziekenhuisopname.

Na terugkomst is het voor alle zekerheid ook aan te bevelen om de leidingen goed door te spoelen. Dat doet u door de koude en warme kranen op alle tappunten een minuut voluit open te zetten. Legionellabacteriën die zich eventueel gevormd hebben, worden dan weggespoeld. Voor de douche geldt: leg de douchekop in een emmer zodat er geen nevel in de lucht komt. Zorgt u er bovendien voor dat u de dampen niet inademt. Bent u van plan langer dan 1 week de douche niet te gebruiken, laat dan ook het water uit de doucheslang en douchekop lopen.

Brandveiligheid

U kunt zelf veel doen om te voorkomen dat er brand ontstaat in uw woning. Hoewel de meeste voor de hand liggen, geven wij u enkele tips:

  • Wees oplettend met roken en zet geen brandende kaarsen in de buurt van gordijnen, lampenkappen of kleding. Verlaat de woning nooit als er nog open vuur aan is, bijvoorbeeld van uw gasfornuis of een kaars.
  • Zorg voor deugdelijke elektrische apparaten en bedrading. Zet uw TV helemaal uit als u gekeken heeft. Dus niet op de stand stand-by laten staan (met het rode lichtje).
  • Bij bakken of frituren: mocht de vlam in de pan slaan, gooi er dan geen water overheen, want dat geeft een steekvlam. Schuif er rustig een deksel overheen, dan dooft de vlam door een tekort aan zuurstof. U schakelt dan de pit uit en u laat de pan staan om af te koelen. Ga er niet mee lopen.
  • Zorg voor een brandblusapparaat (een schuimsproeier is het meest veilig) en een blusdeken in uw woning.
  • Plaats een rookmelder in de hal.

Voor de algemene ruimten geldt het volgende:

  • Mede in verband met brandgevaar mag er geen papier in de brievenbusruimte of hallen liggen.
  • Zet geen potten, manden, planten en dergelijke in gangen en trappenhuizen. Deze moeten vrij zijn als vluchtweg en bij slecht zicht door rookontwikkeling.
  • Zet de tussendeuren op de gangen niet vast in de open stand. Bij brand zorgen ze ervoor dat de rook binnen een klein deel van het gebouw blijft, zodat u bijtijds kunt vluchten achter die deur. (Als de deuren op kleefmagneten staan, dan zijn ze gekoppeld aan een brandmeldinstallatie of rookschakelaar. Bij brand of rookontwikkeling draaien de deuren vanzelf dicht.)
  • Bekijk waar de noodtrappen zijn, zodat u in geval van nood weet waar u heen moet. Als u op de gang bent en u de trap niet kunt gebruiken, kunt u blijven wachten achter een tussendeur in de gang. U bent daar een half uur veilig; de brandweer haalt u binnen die tijd op. Gebruik bij brand nooit de lift. De stroom kan namelijk uitvallen.
  • Als u een brandalarm hoort overgaan en u ziet dat de brand niet in uw eigen woning is, blijf dan gewoon in uw woning en houdt de gangdeur dicht. Als het geen vals alarm is, komt de brandweer u uit uw woning halen. Bij rookontwikkeling in uw woning vlucht u naar de gang of naar uw balkon.